Woordenboek

Onderstaand ziet u alle hypotheek termen op een rij.
Deze zijn gesorteerd op de eerste letter van het woord.

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
   Woorden met een D

Dading

Ook wel: schikking.Overeenkomst waarbij een geschil wordt opgelost. Beide partijen geven wat toe, waardoor een procedure wordt voorkomen of beëindigd.

Dagrente

Rente zoals die op een bepaalde dag geldt.

Dalrentegarantie

de geldverstrekker biedt u de laagste hypotheekrente aan die bij haar gold in de periode tussen acceptatie van de hypotheekofferte en het transport van de hypotheekakte

Debiteur

schuldenaar

Depotrente

Rente die verschuldigd is wordt door stalling van geld in een depot.

Debiteur

Een persoon of bedrijf met een schuld aan een andere persoon of ander bedrijf.

Disagio

Het negatieve verschil tussen de aankoop koers van een aandeel of obligatie en de nominale waarde. Een positief verschil wordt agio genoemd.

DuBo

duurzaam bouwen

Duurzaam bouwen (DuBo)

dit houdt in dat door de keuze van bouwmaterialen, woninginstallaties en de manier van bouwen energie wordt bespaard en minder afval en milieu-onvriendelijke stoffen worden geproduceerd

Dwingend recht

bepalingen in de wet waar partijen onderling niet van af kunnen wijken bij het aangaan van een overeenkomst

Daghandel

Dit is het kopen en weer verkopen van effecten op dezelfde dag.

Data vendor

Dit is een leverancier van informatie.

Dagrente garantie

Dit is de rente die is aangeboden op het moment tussen de acceptatie van de hypotheekofferte en het transport van de hypotheekakte.

Dealmaker

Iemand die ondernemingen aan elkaar koppelt bijv. door middel van een fusie of een overname.

Deconsolideren

Een aparte jaarrekening maken met betrekking tot een specifiek bedrijfsonderdeel.

Defensief fonds

Defensief opgesteld fonds waarvan de koers niet gevoelig is voor schommelingen in de conjunctuur.

Debit- Card

Dit is een kaart waarmee de cliënt een bedrag kan opnemen van een bankrekening.

Depot

bewaring geven van gelden of effecten bij bijv. een bank.

Depressie economie

Economie die zich langdurig bevindt in een periode van laagconjunctuur.

Derivaat

Dit is een financieel product dat is afgeleid van verhandelbare producten.

Derogatieland

Lidstaat van de Europese unie die niet deelneemt aan de muntunie omdat zij niet voldoen aan de toetredingseisen.

Diensteneconomie

De economie waarin de centrale activiteit bestaat uit dienstverlening.

Digital wallet

Digitale portefeuille, ook wel electronic wallet of e-wallet genoemd.

Dertiende maand

Extra maandloon als onderdeel van iemands arbeidscontract.

Disintermediatie

Wanneer men diensten levert met name financiële diensten zonder tussenkomst van tussenpersonen (met name banken).

DM

Direct marketing.

Dealerkrediet

Wanneer u door bemiddeling van een autodealer een krediet afsluit, of via een detailhandel.

Duopolie

Wanneer er slechts twee aanbieders zijn van een en hetzelfde product of dienst.

Dumpmarkt

Markt die gekenmerkt wordt door verkoop van producten op grote schaal.

Dwaling

Wanneer bij het tot stand komen van een overeenkomst door een valse voorstelling over de zaak een gebrek aan wilsvorming heeft plaatsgevonden.

Durfkapitaal

Dit is een risicodragend kapitaal, met name van een jonge onderneming.

Durable goods

Dit zijn duurzame consumptiegoederen.

Durfondernemer

Wanneer een ondernemer bereid is risico's te nemen.

Dynamisch pricing

Prijsstelling afhankelijk maken van marktomstandigheden zoals vraag een aanbod.